Programma 2022

Programma 2022

 

Joep Dirkx 
Senior onderzoeker natuurbeleid bij Wageningen University & Research (Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu)
Op naar een nieuw natuurverhaal?
Er zijn fundamentele transities in onze economie en samenleving nodig om de teloorgang van natuur te stoppen, constateerde het IPBES in mei vorig jaar. Met de huidige aanpak van natuurbescherming blijkt dat namelijk niet te lukken. Een belangrijke reden daarvoor is dat deze aanpak zich onvoldoende richt op de oorzaken van biodiversiteitsverlies. Hoewel het IPBES-rapport zich op het wereldwijde biodiversiteitsverlies richt, gelden de conclusies ook voor de Nederlandse situatie. Doelen blijven ver buiten bereik. En ook met een forse plus op de huidige aanpak zullen ze buiten bereik blijven, zo laten de eerste analyses van de Natuurverkenning 2050 zien. De ruimtelijke scheiding tussen natuur in natuurgebieden en andere functies, zoals de landbouw, daarbuiten, blijkt niet afdoende om natuur afdoende te beschermen. Is het tijd voor een andere aanpak, een nieuw natuurverhaal?

 

Elske Koppenaal
Projectleider aquatische ecologie bij FLORON
Kunstmatig natuurlijk - Een verhaal over Nederlandse oevers
De laatste jaren zijn er duizenden kilometers aan Natuurvriendelijke oevers (NVO’s) aangelegd en jaarlijks komen er nog vele kilometers bij. Maar werken ze eigenlijk wel? Om dit te onderzoeken startte FLORON in 2017, samen met RAVON, de WUR, 9 waterbeheerders, 2 provincies en de STOWA, met een grootschalig onderzoek naar de ecologische meerwaarde van NVO’s langs lijnvormige wateren voor planten, vissen én macrofauna. In deze lezing presenteren we de eerste resultaten van de eerste vijf jaar onderzoek.

 

Joop Spijker
Senior onderzoeken bij Wageningen Environmental Research (KennisCentrum Eikenprocessierups)
Leidraad beheer eikenprocessierups
In 2018 en 2019 was er op vele plekken in het land een erg hoge plaagdruk van de eikenprocessierups. Er kwamen veel meldingen van gezondheidsklachten en het aantal meldingen bij de huisarts was vergelijkbaar met een stevige griepepidemie. In 2020 en 2021 was de plaagdruk lager, maar we weten op grond van het verloop van de plaagdruk sinds de jaren ’90 dat er zich nieuwe piekjaren kunnen aandienen. In deze presentatie wordt aangegeven op welke wijze de beheerder een ongewenste plaagdruk kan aanpakken. Hoe kunnen prioriteiten worden gesteld in de preventieve bestrijding, hoe kan gebruik worden gemaakt van natuurlijke plaagonderdrukking, hoe kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen. In de presentatie wordt kort ingegaan op de leefwijze van de eikenprocessierups. Uitgebreid wordt de gestructureerde aanpak van de Leidraad beheersing eikenprocessierups toegelicht.

 

Pim Lemmers
Onderzoeker/adviseur bij Natuurbalans
Waar blijven onze hazelmuizen in de winter?
De hazelmuis komt nog maar voor in het zuidoostelijk deel van Zuid-Limburg. Van de ecologie en verspreiding is inmiddels veel bekend, maar waar de dieren in de winter verblijven is echter onbekend. Die kennis is van groot belang aangezien de overwinteringlocatie grote gevolgen heeft voor het berm-, bos- en struweelbeheer. Met behulp van piepkleine zendertjes is een twintigtal hazelmuizen op de voet gevolgd, vanaf het najaar 2019 de winter in. In deze periode hebben de dieren ons meerdere malen weten te verrassen met hun habitatgebruik en nestlocatiekeuze. Diverser dan gedacht, misschien onderschatten we deze Limburgse struikbewoners wel. De presentatie toont de bevindingen van ons onderzoek en hoe de nieuwe kennis kan bijdragen aan een betere bescherming en instandhouding van de hazelmuis.

 

Raymond Klaassen
Onderzoeker bij Rijksuniversiteit Groningen en Grauwe Kiekendief Kenniscentrum Akkervogels
Ecologisch onderzoek naar akkervogels helpt verschillen in trends tussen soorten te verklaren
Akkervogels zitten in zwaar weer. Maar niet alle soorten nemen even hard af. Bijvoorbeeld de Gele Kwikstaart doet het relatief goed in akkerbouwgebieden. Hoe kan dit, en biedt dit misschien aandachtspunten voor de bescherming van akkervogels in het algemeen? Om deze vragen te beantwoorden hebben we in Oost-Groningen intensief naar de broedbiologie van Veldleeuweriken en Gele Kwikstaarten gekeken. Twee soorten die op het eerste gezicht heel erg op elkaar lijken, als zijnde insectenetende zangvogels die op de grond in akkers broeden. Echter, de soorten bleken enorm te verschillen in hun ecologie en gedrag, maken geheel andere keuzes, waardoor ze het landschap heel anders gebruiken. Deze verschillen konden ook verklaren waarom de Veldleeuwerik zo hard achteruit gaat en de Gele Kwikstaart niet. Het voorbeeld laat de waarde van gedetailleerd broedbiologisch onderzoek voor de bescherming van akkervogels zien.

 

José van Diggelen
Onderzoeker / projectleider bij Onderzoekcentrum B-WARE
Succesvolle bestrijding van blauwalgen in parkvijver Berg en Bos. Een modelaanpak voor andere (stads)wateren?
Sinds 2016 monitoren we de vijver bij park Berg en Bos in Apeldoorn, die bij aanvang van het onderzoek iedere zomer vol zat met blauwalgen. Om dit te bestrijden werden er in de loop van de jaren op ons advies diverse maatregelen uitgevoerd, waaronder PAX dosering, het beperken van P-bronnen en aanpassingen in de wateraanvoer. Dit geheel heeft geleid tot een prachtig heldere vijver met ontwikkeling van watervegetatie! Wellicht is dit een inspiratie voor de aanpak van blauwalgenproblematiek in andere (stads)wateren in Nederland.

 

Pim Kupers
H+N+S Landschapsarchitecten
Gert-Jan Koopman
Natuurpro
De transitie naar natuurinclusief realiseren: wat is daarvoor nodig?
Een natuurinclusieve samenleving: de droom van iedere ecoloog. Wij zien die droom meer en meer werkelijkheid worden, maar dat gaat niet vanzelf. In deze presentatie nemen we je mee naar ons toekomstbeeld: hoe wij denken dat natuurinclusief ontwerpen en realiseren in de toekomst onderdeel wordt van onze samenleving. Aan de hand van de Natuurinclusieve ViA15 wordt duidelijk wat daar voor nodig is. Er is immers meer mogelijk dan menig ecoloog denkt. Wees niet te bescheiden: denk, durf, doe!

 

Jan Staes
Onderzoeker bij Universiteit Antwerpen - onderzoeksgroep Ecosphere
Gebruik van ecosysteemdiensten bij het opstellen van gebiedsvisies
De maatschappij maakt gebruik van een brede waaier aan goederen en diensten die geleverd worden door natuur en landschap. Dit noemen we ecosysteemdiensten. De analyse van de geleverde ecosysteemdiensten en de veranderingen daarin door een ruimtelijk plan of project geeft een gekoppeld beeld van de functioneel-ecologische, socio-economische en culturele gevolgen van dat ruimtelijk plan of projectontwikkeling voor mens en maatschappij en is dan ook een waardevol element in de visievorming en besluitvorming voor gebiedsontwikkeling. Op welke wijze kan de opmaak en besluitvorming van ruimtelijke ontwikkelingsprocessen geoptimaliseerd worden door gebruik te maken van het ecosysteemdienstenconcept en zo beter tegemoet te komen aan nieuwe en bestaande maatschappelijke uitdagingen? De Onderzoeksgroep Ecosysteembeheer (Universiteit Antwerpen) ontwikkelde methoden om ecosysteemdiensten te integreren in visievorming en besluitvorming en paste deze ook toe in verschillende projecten. Aan de hand van praktijkvoorbeelden trachten we deze vragen te beantwoorden.  

 

Camiel Aggenbach
Senior Ecohydroloog bij KWR Water Research Institute
Invloed van vermest grondwater op kwelafhankelijke ecosystemen
Een belangrijk deel van de waardevolle natuur en biodiversiteit in Nederland komt voor in kwelgebieden. Als gevolg van decennialange bemesting op landbouwgronden in infiltratiegebieden, zullen kwelafhankelijke natuurgebieden in beekdalen steeds meer last hebben van de vervuilende stoffen. Na verloop van tijd kan de aanvoer van nitraat, sulfaat, en verzurende stoffen toenemen, waardoor de kwaliteit van natuur in beekdalen achteruit gaat. De mate en urgentie van dit probleem hangt af van onder andere het landgebruik in infiltratiegebieden, de hydrochemische eigenschappen van de ondergrond, de grootte van het stroomgebied en het klimaat. In dit onderzoek is bepaald onder welke omstandigheden vermest grondwater op korte termijn een risico kan vormen, welke veranderingen dit teweeg brengt in de bodemchemie, en wat de gevolgen zijn voor kwelvegetatie. Dit onderzoek draagt daarmee bij aan handvatten voor beleid om maatregelen in intrekgebieden te treffen die beekdalnatuur duurzaam in stand houden en verbeteren.


Willemijn Tuinstra
Adviseur omgaan met kennis in beleid bij Open Universiteit / Tuinstra Kennisadvies
Gebruik van ecologische kennis: logisch! Of toch niet? Betwiste kennis en de rol van de expert.
Fokke en Sukke gingen er 15 jaar geleden al direct iets aan doen: Fokke: “de vervuiling overschrijdt alle normen!”, Sukke: “Waar is de l*l die normen heeft vastgesteld?” Daar konden we toen om lachen. Nu kijken we al niet meer vreemd op als er trekkers voor het RIVM staan en mensen verhaal komen halen bij degenen die de kennis achter de normen hebben aangeleverd. Als (ecologische) expert kunnen je er niet meer van uitgaan dat je kennis overal wordt geaccepteerd. Hoe kun je daarmee omgaan? Willemijn Tuinstra vertelt aan de hand van het boek Environmental expertise: Connecting Science, policy and Society over de oorzaken van controverses, over de beperkingen van kennis en de (on)mogelijkheden om open te zijn over onzekerheid.

 

Emiel Brouwer
Ecoloog bij Onderzoekcentrum B-WARE
Graslandpaddenstoelen in het bos? De bodemchemie als missing link.
In onze inmiddels vrijwel verdwenen wasplaatgraslanden komen in totaal honderden soorten bedreigde graslandpaddenstoelen voor. Meestal gaat het om schrale graslanden, maar lang niet altijd; er bestaat nog geen goed beeld van de ecologische vereisten. Bovendien komen concentraties van soms tientallen soorten op enkele plekken in bossen voor, wat de ecologie nog raadselachtiger maakt. Recente metingen aan de bodemchemie, met name de fosfaathuishouding, lijken een tipje van de sluier op te lichten…


Ferdinand ter Schure
Coördinator Landschapsbeheer​ bij Brabants Landschap
Dragen zandwegen in agrarisch gebied bij aan biodiversiteit?
Zandwegen in het buitengebied worden steeds zeldzamer. Voor Stichting De Brabantse Hoeders, de Brabantse Milieufederatie en Brabants Landschap is dit aanleiding geweest om zandwegen onder de aandacht te brengen. Als landschapselement hebben ze een grote landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarde. Maar hoe zit het met de natuurwaarde? Brabants Landschap heeft hier in 2019 onderzoek naar laten verrichten.

 

Sander Hunink
Adviseur natuurbeschermingsrecht bij Natuurinclusief
Aandachtspunten natuurbescherming onder de Omgevingswet
De ontwikkelingen rondom de jurisprudentie en begrip van de natuurwetgeving hebben de afgelopen tijd zeker niet stilgestaan: het is een dynamische periode geweest. De belangrijkste ontwikkeling is de op handen zijnde inwerkingtreding van de Omgevingswet. Behaalde resultaten bieden echter geen garantie voor de toekomst. Of toch? Tijdens deze presentatie praat ik u bij over welke aandachtspunten er zijn voor de praktijk van natuurbeschermend Nederland onder de Omgevingswet.

 

Kenneth F. Rijsdijk
Assistant Professor bij Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) – Universiteit van Amsterdam
Heg. Een behaaglijk landschap voor mens en natuur.
Dat heggen goed zijn voor de natuur behoeft weinig uitleg. Dat heggen ook bijdragen aan onze mentale en fysieke gezondheid is wellicht nieuwe informatie. In deze lezing ga ik in op de vele vormen en functies van heggen en hoe ze helpen ons landschap weer gezond te maken. Ik heb de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan naar wat heggen voor ons, de natuur en het landschap doen. Ik heb verschillende experts gesproken maar ook boeren en collega’s werkzaam in het cultuurlandschapsherstel. Het onderzoek resulteerde in een boekje “Heg” met een pleidooi voor de herinvoering van heggen in ons agrarisch landschap. Heggen zijn natuurvermenigvuldigers en hun positieve bijdrages in het landschap vermenigvuldigen zich ook met hun lengte per hectare. Er bestaan meer dan 150 soorten heggen. De variatie wordt bepaald door de soortensamenstellen van de struiken, de aanwezigheid van bomen, vlechtstructuren en de aanwezigheid van aarden, stenen of houten wallen. Deze variatie en de vele functies maakt de heg een belangrijke factor in de oplossingen voor de toekomst van ons agrarisch landschap.

 

Rink Wiggers
Zoetwaterecoloog bij Bureau Biota
Macrofauna in broekbossen - graadmeter bij beheer en herstel?
Broekbossen zijn grondwaterafhankelijke systemen met een dynamische hydrologie. Ze hebben een belangrijke functie bij onder meer het vasthouden van water (klimaatbuffer) en kennen een specifieke flora en fauna. Ze staan in Nederland erg onder druk en kennen vaak een verstoorde hydrologie. Hierdoor kampen ze met verdroging, verzuring en verruiging. Het belang en de waarde van broekbossen wordt gelukkig beter onderkend en in steeds meer gebieden wordt hydrologisch herstel nagestreefd.
Macrofauna is een groep van in het water levende, ongewervelde dieren. In broekbossen vormen ze een belangrijk onderdeel van de biodiversiteit, maar welke soorten er precies voorkomen en wat ze indiceren is nog onvoldoende onderzocht. Doordat een aantal soorten gevoelig is voor factoren als verzuring of uitdroging, afhankelijk is van een hoge grondwaterstand of voldoende kweldruk, is macrofauna potentieel erg geschikt als indicatorgroep bij het evalueren van beheer en hydrologisch herstel van broekbossen. In een groot aantal broekbossen in Nederland is daarom geïnventariseerd welke soorten er voorkomen. Daarnaast is gekeken of er een indicatorreeks kon worden opgesteld van soorten die specifieke hydrologische eisen stellen.
In deze presentatie wordt ingegaan op de bijzondere macrofaunalevensgemeenschap van broekbossen. Daarnaast wordt de potentie van deze groep als graadmeter bij beheer en herstel van deze kwetsbare systemen besproken.

 

Gerard Oostermeijer
Universitair docent bij Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam
Voorzitter van Stichting Science4Nature

Het Levend Archief: een levende zaadbank voor herstel van de wilde flora.
De genetische diversiteit van onze wilde plantensoorten verschraalt in rap tempo. Dat komt niet alleen door de versnippering en degradatie van leefgebieden, waardoor populaties klein worden en diversiteit verliezen. Het komt ook door regelmatig goedbedoeld, maar ondoordacht verspreiden van gebiedsvreemd zaaigoed. Plantenpopulaties hebben zich door een lang proces van natuurlijke selectie vaak evolutionair aan hun lokale leefgebied aangepast. Die aanpassingen zijn dikwijls onzichtbaar, maar zijn wel van groot belang voor de overleving van de soorten. Vermenging met vreemd zaaigoed kan daardoor onbedoeld allerlei nadelige effecten hebben. Stichting Het Levend Archief heeft zich tot doel gesteld om de genetische diversiteit van de wilde flora van Nederland veilig te stellen, zodat deze waar nodig kan worden ingezet bij het gebruiken van gebiedseigen materiaal voor het inrichten van het landschap (zoals dijkflora na ophoging) en bij de versterking van bestaande populaties van bedreigde soorten of eventueel herintroductie in herstelde leefgebieden. Daartoe worden zaden verzameld van – in eerste instantie – bedreigde soorten en de wilde verwanten van onze cultuurgewassen, met daarna uitbreiding naar de hele Nederlandse flora. De zaden worden volgens vaste, wetenschappelijk onderbouwde protocollen verzameld, en vervolgens voor langere tijd droog of ingevroren opgeslagen in de Nationale Zadencollectie. Aan het Levend Archief dragen inmiddels vele organisaties bij die de wilde flora een warm hart toedragen. In deze presentie zal ik verder uitweiden over de noodzaak van de Nationale Zadencollectie, de opzet en organisatie van het Levend Archief en over alles wat er komt kijken bij het verantwoord verzamelen van zaden uit populaties van wilde planten en het eventueel gebruiken ervan voor herstelmaatregelen.

 

Janneke van der Loop
Senior ecoloog invasieve exoten bij Stichting Bargerveen Nijmegen
Voorkomen dominantie van invasieve exoten door de veerkracht van ecosystemen te versterken
"Als je een ecosysteem zo beheert dat het veerkrachtig genoeg is, kan het zelf dominantie van een invasieve exoot voorkomen", dat demonstreren we met het LIFE project Resilias. De keuze van LIFE Resilias om de veerkracht van ecosystemen te versterken in plaats van invasieve exoten te bestrijden, is gebaseerd op de wetenschap dat bestrijden tijdrovend is, heel veel geld kost en op de lange termijn vaak geen oplossing blijkt te zijn. Wijdverspreide exoten volledig wegkrijgen is nagenoeg niet haalbaar, zeker niet zonder ook het ecosysteem zelf aan te pakken. Het is daarom effectiever om te kijken hoe je bos en natuur dusdanig kunt beheren, zodat het ecosysteem sterk genoeg is om bedreiging van een exoot, zoals Japanse duizendknoop en watercrassula, voor de inheemse flora en fauna te voorkomen.